Rb. Den Haag 27 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:19048
Kort geding. Vordering tot vergoeding door gedaagde van de verkoopwaarde van onder eiseres inbeslaggenomen en inmiddels vernietigde stoffen, gebaseerd op de gemiddelde verkoopprijs van die stoffen. De standpunten van partijen ten aanzien van de peildatum en de methode voor het bepalen van de prijs die de inbeslaggenomen stoffen bij verkoop redelijkerwijs zouden hebben opgebracht lopen sterk uiteen. Bij die stand van zaken is de gestelde aanspraak op schadeloosstelling niet in de voor toewijzing van een geldvordering in kort geding vereiste mate aannemelijk geworden.
De uitspraak op rechtspraak.nl