Rb. Den Haag 7 oktober 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:18633
Beroep niet-ontvankelijk. Reguliere verblijfsvergunning onder beperking arbeid als kennismigrant c.q. verblijf als gezins- of familielid. Er blijft hoe dan ook een verblijfsgat bestaan. Eisers hadden een verblijfsvergunning als kennismigrant en als gezinslid van de kennismigrant. Deze vergunningen golden tot 1 november 2022. Verweerder heeft de vergunningen met terugwerkende kracht tot 1 november 2017 ingetrokken. Eisers zijn het hier niet mee eens. Het beroep is niet-ontvankelijk omdat eisers met dit beroep niet kunnen bereiken wat zij wensen. Zij hebben namelijk vanaf 7 maart 2024 een verblijfsvergunning. Er loopt weliswaar een procedure waarin in geschil is of dat per 31 maart moet zijn. En ook hadden zij verder gevraagd om verlening van de vergunningen of verstrekking van nieuwe verblijfsvergunningen per 1 november 2022. Echter, die zijn afgewezen en tegen die afwijzingen hebben eisers geen rechtsmiddel aangewend. Dat betekent dat ook als zij gelijk zouden krijgen in deze zaak, er een verblijfsgat blijft bestaan. Eisers hebben daarom geen belang bij een inhoudelijke beoordeling van hun beroep.
De uitspraak op rechtspraak.nl