Rb. Den Haag 29 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:16429
Verweerder stelt zich op het standpunt dat voor Bulgarije nog steeds kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel omdat het meest recente AIDA-rapport van maart 2025 (update 2024) geen wezenlijk anders beeld schetst van de opvangfaciliteiten in Bulgarije dan in het rapport van 2023. De rechtbank stelt vast dat op pagina 86 en verder van het AIDA-rapport (update 2024) een veel uitgebreidere tekst staat dan op de pagina’s 83 en 84 van het AIDA-rapport (update 2023) over hetzelfde onderwerp. Over dit verschil, en over het AIDA-rapport (update 2024) in zijn geheel, heeft de Afdeling zich nog niet uitgelaten. Verder wijst de rechtbank erop dat hetgeen eiseres heeft verklaard over de opvang, de veiligheidssituatie en de voedselvoorzieningen overeenkomt met de kritiek die hierover is geuit in het AIDA-rapport (update 2024). Uit pagina 86 van ditzelfde AIDA-rapport blijkt voorts dat de toestand van de opvangfaciliteiten sinds 2015 ieder jaar slechter wordt, dat ieder jaar weer delen van de opvang als onbruikbaar worden aangemerkt, dat de opvangcapaciteit afneemt en dat er niet voldoende financiële middelen zijn voor verbetering hiervan. Het gaat hier met andere woorden om een voortschrijdende verslechtering van de opvangfaciliteiten voor asielzoekers in Bulgarije. De rechtbank concludeert daarom dat verweerder, gelet op de passages die eiseres naar voren heeft gebracht en de ondervindingen van eiseres en haar dochter in de opvang in Bulgarije, niet kan volstaan met de motivatie dat het AIDA-rapport (update 2024) geen wezenlijk andere situatie schetst van de situatie in Bulgarije ten aanzien van de opvangfaciliteiten. Verweerder heeft hierom niet deugdelijk gemotiveerd dat de opvang in Bulgarije voor eiseres en haar driejarige dochtertje voldoet aan de eisen die de Opvangrichtlijn noemt. De beroepsgrond slaagt.
De uitspraak op rechtspraak.nl