Rb. Den Haag 26 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15895
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft geconcludeerd dat eiser niet voldoet aan de voorwaarden voor een verblijfsvergunning humanitair niet-tijdelijk. De rechtbank oordeelt verder dat de minister onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser geen verblijfsvergunning krijgt op grond van privéleven. De minister heeft niet voldoende gemotiveerd waarom het belang van de Nederlandse staat zwaarder weegt dan de belangen van eiser. Beroep gegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl