Rb. Den Haag 18 augustus 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:15857
Gegevens ontvangen van Zwitserse belastingautoriteiten gelden als nieuw feit dat navordering rechtvaardigt. Niet langer in geschil is dat bij het berekenen van het belastbaar inkomen uit werk en woning voor de jaren 2005 tot en met 2008 ten onrechte uitgaven voor hair-extensions aan eiser zijn toegerekend. Het beroep dat verweerder doet op interne compensatie slaagt niet. De beroepen die zien op deze jaren zijn daarom gegrond. Voor het overige is door eiser voor de jaren 2005 tot en met 2008 en de jaren 2010 tot en met 2016 niets tegen het vastgestelde belastbaar inkomen uit werk en woning aangevoerd. Het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen is voor de jaren 2008 tot en met 2016 niet te hoog vastgesteld. De stelling dat eiser niet over een Zwitserse bankrekening heeft beschikt strookt niet met het feit dat hij als rekeninghouder geldt als rechthebbende. Nu niet duidelijk is ten titel waarvan het saldo op de Zwitserse bankrekening in 2014 is overgemaakt aan een in Dubai gevestigde FZE, is niet aannemelijk dat dit bedrag het vermogen van eiser heeft verlaten. Gelet op de grondslag sparen en beleggen van eiser bestaat geen recht op ouderentoeslag.
De uitspraak op rechtspraak.nl