Rb. Den Haag 17 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:14763
Eiser had verblijf als kennismigrant en eiseres een van hem afhankelijk verblijfsrecht. De minister heeft over een bepaalde periode de verblijfsvergunning van eiser ingetrokken, omdat hij niet werkzaam was bij een erkend referent. De afhankelijke verblijfsvergunning van eiseres is daarom ook over dezelfde periode ingetrokken. Eisers voeren aan dat sprake is van strijd met het evenredigheidsbeginsel dan wel het gelijkheidsbeginsel. Deze beroepsgronden slagen niet. Verder hebben eisers aanvragen ingediend voor verblijfsvergunningen ‘langdurig ingezetene’. Deze aanvragen heeft de minister afgewezen, omdat eisers ten gevolge van de intrekking een verblijfsgat hebben. Eisers voeren aan dat de periode van intrekking gezien moet worden als formeel beperkt verblijf. De rechtbank volgt dit niet. Verder kan het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slagen. Er is geen sprake van schending van de hoorplicht. De beroepen zijn ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 6 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2285
- Rb. Den Haag 14 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:21072
- ABRvS 17 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1938
- ABRvS 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:285
- ABRvS 30 november 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3294
- ABRvS 23 december 2016, ECLI:NL:RVS:2016:3447
- ABRvS 3 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW1435