Rb. Den Haag 9 juli 2025, ECLI:NL:RBDHA:2025:12188

Koop- en aannemingsovereenkomst voor de verbouwing van een monumentaal pand tot appartementen. Eisers vorderen schadevergoeding van aannemer wegens diverse gebreken aan hun privégedeelte en aan de gemeenschappelijke delen van het appartementencomplex. De rechtbank wijst de vordering deels toe. Voor gebreken aan de gemeenschappelijke delen zijn eisers niet-ontvankelijk, omdat de VvE hiervoor exclusief bevoegd is. Voor het privégedeelte geldt dat het appartement is opgeleverd, waarna een onderhoudstermijn van zes maanden is aangevangen. Na die termijn is de aannemer in beginsel niet meer aansprakelijk. De gevorderde verklaring voor recht dat de aannemer tekort is geschoten in de uitvoering van de overeenkomst, wordt toegewezen. De gevorderde verklaring voor recht dat eisers de overeenkomst rechtsgeldig buitengerechtelijk hebben ontbonden en de in dat verband gevorderde contractuele boete, worden afgewezen. De reconventionele vorderingen van aannemer tot betaling van de oplevertermijn en meerwerk worden toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen