Rb. Den Haag 29 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:7844
Herstel ouderlijk gezag (1:277 BW). De Raad en de gecertificeerde instelling hebben voldoende onderbouwd dat de moeder in staat is om de verzorging en opvoeding van de minderjarige weer te dragen. De moeder is betrokken bij de minderjarige, geeft er blijk van in haar belang te handelen, staat open voor hulpverlening en kan de minderjarige ook motiveren om mee te werken met de hulpverlening. Ondanks het feit dat de moeder slachtoffer is geworden van de toeslagenaffaire is het haar gelukt om haar wantrouwen jegens de gecertificeerde instelling opzij te zetten en in het belang van de minderjarige te denken en te handelen. De kinderrechter is er dan ook van overtuigd dat het gezag van de moeder kan én moet worden hersteld. Hoewel de kinderrechter geen twijfel heeft aan de mogelijkheden en opvoedcapaciteiten van de moeder, wordt de minderjarige toch onder toezicht gesteld. De ondertoezichtstelling is in dit geval echt bedoeld om de minderjarige én de moeder te ondersteunen bij (praktische) zaken.
De uitspraak op rechtspraak.nl