Rb. Den Haag 26 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:6809

beroep ongegrond, vovo afgewezen Asiel, erkend vluchteling in Irak Eiseres is in de KAR in Irak geregistreerd als vluchteling. Verweerder heeft niet ten onrechte het toetsingskader dat van toepassing is op het eerste land van asiel gehanteerd en getoetst aan de voorwaarden zoals die zijn opgenomen in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vb. Verweerder hoefde niet ook te toetsen aan de voorwaarden die gelden voor het tegenwerpen aan een vreemdeling van de mogelijkheid tot terugkeer naar een veilig derde land. Verweerder heeft deugdelijk gemotiveerd dat Irak voldoet aan de verdragsverplichtingen en er is geen aanleiding voor het oordeel dat Irak in het geval van eiseres bij haar terugkeer naar de KAR zich niet zal houden aan het beginsel van non-refoulement. Er is ook geen sprake van een zorgvuldigheidsgebrek omdat verweerder in het nader gehoor niet heeft doorgevraagd waarom zij niet langer in de KAR kan verblijven. Het beroep is ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen