Rb. Den Haag 26 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:6011

Vrijspraak van deelname aan een terroristische organisatie, van deelname aan een criminele organisatie die tot oogmerk heeft plegen van het internationale misdrijf plundering, en van het internationale misdrijf aanranding van de persoonlijke waardigheid. De verdenking zag op feiten gepleegd in Khan Shaykhun in Syrië en berustte met name op de verklaringen van drie getuigen, onder wie een bedreigde getuige ex artikel 226a Sv. Diens verklaring acht de rechtbank echter onbetrouwbaar, op grond van nader betrouwbaarheidsonderzoek door de rechter-commissaris. De verklaringen van de twee andere getuigen beziet de rechtbank met grote behoedzaamheid, omdat zij een motief lijken te hebben om ten nadele van de verdachte te verklaren, zij op onderdelen onjuist hebben verklaard en hun verklaringen op belastende onderdelen weinig concreet en gedetailleerd zijn. Hun verklaringen vinden onvoldoende steun in andere bewijsmiddelen. Engelse vertaling van dit vonnis: ECLI:NL:RBDHA:2024:24031

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken