Rb. Den Haag 16 april 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:5396
In de zaak van een Ghanese vrouw die met haar drie kinderen bij haar partner in Nederland wil verblijven, heeft de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, geoordeeld dat het onderscheid dat de staatssecretaris maakt bij het bepalen wie wel en niet inburgeringsplichtig is, in strijd is met onder andere het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie
De uitspraak op rechtspraak.nl