Rb. Den Haag 17 januari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:481
Wraking. Het verzoek is niet-ontvankelijk voor zover het zich richt tegen omstandigheden die zich hebben voorgedaan tot en met het moment waarop de mondelinge behandeling is gesloten, omdat het verzoek te laat is ingediend en verzoeker hiervoor geen redelijke verklaring heeft gegeven. Voor zover het verzoek zich richt tegen de rechterlijke beslissing van procedurele aard wordt het verzoek afgewezen, omdat een dergelijke beslissing geen grond voor wraking kan vormen. De overige stellingen van verzoeker zijn onvoldoende geconcretiseerd om daaruit de vooringenomenheid van de rechter(s) of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor af te kunnen leiden.
De uitspraak op rechtspraak.nl