Rb. Den Haag 27 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:4252

Artikel 1F Vluchtelingenverdrag, inreisverbod voor de duur van 10 jaar, Syriër. De 1F-tegenwerping gaat zowel over de periode 1993-1995 dat eiser zijn dienstplicht vervulde in Libanon, als over de periode van 1996/1997 tot einde 2013, toen eiser werkte bij de afdeling Opsporing en Onderzoek van de Algemene Inlichtingendienst/Staatsveiligheidsdienst in Damascus en het werk van journalisten controleerde. Verzoek om aanhouding afgewezen. Eiser heeft niet onderbouwd waarom hij niet gehouden zou mogen worden aan de in het rapport van nader gehoor weergegeven verklaringen. Personal participation en knowing participation zijn terecht aangenomen. Geen vrijwaring van verantwoordelijkheid om reden van dwang als dienstplichtige, dan wel in bij de Algemene Inlichtingendienst. Dat eiser zeker de komende jaren wegens strijd met artikel 3 van het EVRM niet naar Syrië zal kunnen terugkeren en hij Syrië in juni 2014 heeft verlaten, betekent gezien het toepasselijke beleid niet dat artikel 3 van het EVRM zich duurzaam tegen uitzetting verzet. Verweerder heeft terecht geconcludeerd dat het gedrag van eiser een actuele en voldoende ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken