Rb. Den Haag 9 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3438
Vaststelling Nederlanderschap artikel 17 RWN. De rechtbank is van oordeel dat met de gezamenlijke aangifte door de moeder en de vader, waarmee de vader op de Engelse geboorteakte is gekomen, een familierechtelijke betrekking is ontstaan tussen de vader en verzoekster en dat het geheel aan rechtsgevolgen in familierechtelijke zin van deze vermelding vrijwel gelijk is aan de rechtsgevolgen in familierechtelijke zin van de (toenmalige) Nederlandse erkenning. Deze familierechtelijke betrekking tussen verzoekster en haar vader moet in Nederland worden erkend. Verzoekster bezit op grond van artikel 4 RWN (oud) de Nederlandse nationaliteit vanaf het moment van de gezamenlijke geboorteaangifte door de ouders van verzoekster.
De uitspraak op rechtspraak.nl