Rb. Den Haag 11 maart 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:3134

Verzoeker hoort bij de groep zogenaamde derdelanders uit Oekraïne. De voorzieningenrechter wijst zijn verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening toe. De voorzieningenrechter bepaalt dat het belang van verzoeker om voorlopig in Nederland te kunnen blijven, te mogen werken en in de opvang te kunnen, zwaarder weegt dan het belang van verweerder. De voorzieningenrechter bepaalt daarom dat verzoeker moet worden behandeld alsof hij nog onder de Europese Richtlijn Tijdelijke Bescherming valt.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen