Rb. Den Haag 28 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:2884

Eiser is in het bezit van een asielvergunning. De staatssecretaris heeft de asielvergunning van eiser ingetrokken omdat eiser is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens het plegen van een woningoverval en vijftien maanden gevangenisstraf (waarvan zes maanden voorwaardelijk) wegens het plegen van een straatroof. Volgens de staatssecretaris zijn deze misdrijven ‘bijzonder ernstige misdrijven’ in de zin van de Kwalificatierichtlijn. Dit is een intrekkingsgrond op grond waarvan een asielvergunning mag worden ingetrokken. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van de intrekkingsgrond ‘bijzonder ernstig misdrijf’. De misdrijven waarvoor eiser is veroordeeld behoren niet tot de misdrijven die de rechtsorde het meest aantasten. De rechtbank verwijst hierbij naar de arresten M.A. en XXX van het Hof van Justitie van 6 juli 2023. Hierin heeft het Hof een aantal handvatten gegeven om vast te stellen of een misdrijf een ‘bijzonder ernstig misdrijf’ is. Bij het vaststellen moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval. Onder andere de hoogte van de op het misdrijf gestelde straf en de daadwerkelijk opgelegde straf en de aard van het misdrijf spelen hierbij een rol. In beide gevallen valt de aan eiser opgelegde straf binnen de orientatiepunten die de strafrechters gebruiken. Hierdoor is geen sprake van een strafmaat die in het licht van de gebruikelijke strafmaat bijzonder zwaar is, hetgeen een voorwaarde is om te kwalificeren als ‘bijzonder ernstig misdrijf’.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken