Rb. Den Haag 28 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:2720

[Afghanistan, terugkeer] Uit de ambtsberichten over Afghanistan van maart 2022 en juni 2023 blijkt dat geen of onvoldoende informatie beschikbaar is over de positie in Afghanistan van uit Europa terugkerende asielzoekers na de machtsovername door de Taliban. Het is dus onduidelijk of zij vanwege hun verblijf in een Westers land met de Taliban problemen hebben gekregen of zullen krijgen. Het ontbreken van deze informatie rechtvaardigt niet, althans niet zonder meer, de conclusie dat die problemen zich in Afghanistan na terugkeer niet zullen voordoen. Uit de wél beschikbare landeninformatie – over de situatie vóór de machtsovername – blijkt namelijk dat uit Europa terugkerende Afghanen in de negatieve aandacht (kunnen) staan van de Taliban. Het is aan een vreemdeling om aannemelijk te maken dat hij behoort tot een groep die systematisch een reëel risico loopt op ernstige schade, dan wel dat hij op individuele gronden in aanmerking komt voor het verlenen van een verblijfsvergunning asiel. Anderzijds rust op de staatssecretaris de plicht om zijn besluit op de asielaanvraag zorgvuldig voor te bereiden en van een deugdelijke motivering te voorzien. Uit deze motiveringsplicht, en uit de in artikel 31, tweede lid, van de Vw 2000 neergelegde samenwerkingsplicht, vloeit voort dat de staatssecretaris gehouden kan zijn om in voorkomend geval nader onderzoek te verrichten naar de situatie in een land van herkomst. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling) van 15 december 2021 kan deze verplichting tot nader onderzoek gelden in een situatie dat sprake is van een gebrek aan duidelijke informatie rondom omstandigheden die van belang zijn om het terugkeerrisico van een vreemdeling te duiden. De Afdeling komt in deze uitspraak tot het oordeel dat door deze onduidelijkheden niet zonder meer kan worden geconcludeerd dat de vreemdeling voldoende heeft overgelegd om een gegronde vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer aannemelijk te maken. Maar hij heeft met de door hem overgelegde bronnen dusdanige twijfel gezaaid over het standpunt van de staatssecretaris over de situatie in het land van herkomst, dat het gelet op de samenwerkingsplicht aan de staatssecretaris is om deze twijfel weg te nemen. Een soortgelijke situatie doet zich hier ook voor. Uit de ambtsberichten valt namelijk af te leiden dat de staatssecretaris over informatie beschikt dat uit het Westen terugkerende Afghanen in de negatieve belangstelling kunnen komen te staan van de Taliban. De staatssecretaris beschikt echter over onvoldoende informatie over de mate waarin dat bij terugkeer problemen tot daadwerkelijke problemen leidt met de Taliban en, zo ja, welke problemen dat zijn. Wegens die onduidelijkheid kan de staatssecretaris zich, gelet op de rechtspraak van de Afdeling, niet zonder nader onderzoek op het standpunt stellen dat eiser, als uit Europa terugkerende Afghaan, bij terugkeer geen risico zal lopen op ernstige schade. Het ligt op de weg van de staatssecretaris om nader onderzoek te doen naar deze terugkeerrisico’s.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken