Rb. Den Haag 29 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:2612
Wraking. Voor zover het verzoek zich richt tegen de rechterlijke beslissing van procedurele aard wordt het verzoek afgewezen, omdat een dergelijke beslissing geen grond voor wraking kan vormen. Ook de samenhang van de laatste procesbeslissing met de vele in de hoofdzaak andere door de rechters genomen procesbeslissingen leidt niet tot toewijzing van het wrakingsverzoek. Deze eerder genomen procesbeslissingen kunnen niet meer worden betrokken bij de beoordeling van onderhavig wrakingsverzoek, omdat over deze procesbeslissingen al eerder door de wrakingskamer is geoordeeld in twee andere uitspraken. Wraking is geen verkapt rechtsmiddel. Evenmin kan worden gezegd dat sprake is van feiten en omstandigheden gelegen in de samenhang van die procesbeslissingen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat sprake is van partijdigheid van de rechters die de betrokken beslissingen hebben genomen. De overige stellingen van verzoeker zijn onvoldoende geconcretiseerd om daaruit de vooringenomenheid van de rechter(s) of de objectief gerechtvaardigde vrees daarvoor af te kunnen leiden.
De uitspraak op rechtspraak.nl