Rb. Den Haag 10 juni 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22874

Nu de gemachtigde van eiseres zelf aangeeft dat eiseres niet in haar belangen is geschaad, maar het een algemeen punt betreft, ziet de rechtbank geen actueel en reëel belang van eiseres bij de inhoudelijke beoordeling van haar beroep. Het beroep is daarom niet-ontvankelijk. De rechtbank merkt daarbij nog wel op dat het enige verbazing wekt dat de staatssecretaris de algemene situatie ten aanzien van de tekst op verblijfsdocument als die van eiseres nog steeds in stand houdt met de onjuiste nadere opmerking “conform artikel 10 Richtlijn 2004/38/EG”, terwijl dit, zoals de gemachtigde van eiseres op de zitting heeft toegelicht, niet wenselijk is omdat er gevallen bestaan waarin zijn cliënten problemen ervaren met de onjuiste tekst op het verblijfsdocument. Niet valt in te zien waarom de staatssecretaris het er niet juridisch toe leidt dat de onjuiste nadere opmerking niet langer hoeft te worden gebezigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken