Rb. Den Haag 23 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:22381

Tot de grondslag sparen en beleggen van eiseres behoren in Frankrijk en Duitsland gelegen onroerende zaken. Het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen voor het jaar 2019 is op grond van artikel 5.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 vastgesteld op € 37.909. De inkomstenbelasting over het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen bedraagt, met inachtneming van aftrek elders belast € 3.347. Tussen partijen is niet in geschil dat, Indien de rekenregels uit Wet rechtsherstel box 3 zouden worden toegepast, het belastbaar inkomen uit sparen en beleggen € 42.808 bedraagt en de inkomstenbelasting € 2.421. Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de rekenregels uit Wet rechtsherstel box 3 in onderhavige geval niet worden toegepast omdat zij tot een hoger voordeel uit sparen en beleggen leiden. De wijze waarop de nationale wet het voordeel uit sparen en beleggen berekent en voorkoming van dubbele belasting verleent , valt buiten het bereik van de belastingverdragen met Frankrijk en Duitsland kunnen niet tot een ander oordeel leiden. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen