Rb. Den Haag 3 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:21038
Eiser heeft in Roemenië een andere geboortedatum opgegeven dan in Nederland. In Nederland is er o.a. een echt bevonden paspoort overgelegd. Verweerder stelt dat uitgaande van de in Nederland opgegeven geboortedatum, ten tijde van het bestreden besluit eiser ook meerderjarig was. De rechtbank passeert dit verweer, omdat uitgegaan moet worden van de aanvraagdatum en verwijst naar analogie naar het arrest A en S. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is blijkens recente Afdelingsrechtspraak niet op de leeftijdsregistratie van toepassing. De minister heeft tegen die achtergrond onvoldoende gemotiveerd waarom desondanks van de Roemeense leeftijdsregistratie kan worden uitgegaan, temeer nu (de inhoud van) het gestelde paspoort dat in Roemenië zou zijn gebruikt niet door de minister zelf is ingezien. Dat de AVIM en IND een schouw hebben uitgevoerd is verder irrelevant, nu dit geen medisch onderzoek als bedoeld in artikel 3.109d, tweede lid Vb, uitgelegd tegen de achtergrond van artikel 25 lid 5 Procedurerichtlijn betreft en de ambtenaren ook overigens niet deskundig zijn op het gebied van leeftijdsvaststelling. Dit betekent dat als de minister naar aanleiding van deze uitspraak alsnog twijfels heeft over de leeftijd van eiser ten tijde van de aanvraag, het op zijn weg ligt hiernaar medisch onderzoek te verrichten.
De uitspraak op rechtspraak.nl