Rb. Den Haag 10 december 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:20680

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen [eiser 1] , (V-nummer), (gemachtigde: mr. N.M. Weteling), Dublin Kroatië – Interstatelijk vertrouwen is ten aanzien van Kroatië het uitgangspunt - Eiser heeft zich op het standpunt gesteld dat gelet op de behandeling van eiser en van andere derdelanders voorafgaand aan het indienen van een asielaanvraag in Nederland, de bewijslast dat na overdracht niet wederom een schending van artikel 4 Handvest zal plaatsvinden moet worden omgekeerd of dat de bewijsdrempel moet worden verlaagd of dat verweerder individuele garanties moet vragen. De rechtbank begrijpt al deze argumenten van eiser, maar al deze argumenten zijn bij wijze van prejudiciële vraag aan het Hof van Justitie voorgelegd in de verwijzingsuitspraak die tot het arrest X heeft geleid - Het Hof heeft evenwel al deze vragen, net als de (eerste) vraag, niet beantwoord en de rechtbank heeft geen argumenten om dezelfde vragen nog een keer voor te leggen – de rechtbank is gehouden om de uitleg door het Hof van het Unierecht toe te passen in haar eigen uitspraken en verbiedt de overdracht niet - Verweerder voert niet het beleid dat argumenten die zijn aangevoerd en die reeds zijn betrokken zijn bij de vraag of kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwen, niet worden betrokken bij de beoordeling of hij de asielaanvraag onverplicht behandelt. Dit bevreemdt de rechtbank ook niet. De beoordeling of de overdracht moet worden verboden behelst immers een wezenlijk ander toetsingskader dan de beoordeling of op grond van het beleid aanleiding bestaat om gebruik te maken van de discretionaire bevoegdheid om de asielaanvraag onverplicht te behandelen. Het logische gevolg hiervan is dat verweerder dan ook gehouden is om in zijn besluit kenbaar op alle aangedragen feiten en omstandigheden in te gaan. Het is dus ook niet aan de rechter om “voor of namens verweerder” te beslissen welke argumenten al dan niet moeten worden beoordeeld door verweerder. De mogelijkheden die de vreemdelingenrechter heeft om een geschil finaal te beslechten door bijvoorbeeld de rechtsgevolgen in stand te laten, zijn niet bedoeld om gebrekkige besluitvorming te repareren.- beroep gegrond, vernietiging besluit en opdracht om nieuw besluit te nemen en -zelf- te motiveren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken