Rb. Den Haag 29 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:20528

Omzetbelasting. Artikel 9, tweede lid, letter b, Wet OB jo. artikel 12, tweede lid, Uitvoeringsbesluit OB. Eiseres is ondernemer voor de omzetbelasting. Zij drijft een groothandel in alcoholhoudende dranken. Eiseres heeft op haar leveringen het nultarief toegepast. Verweerder corrigeert de toepassing van het nultarief. De rechtbank oordeelt dat eiseres niet in Nederland is gevestigd en hier ook geen vaste inrichting heeft. Ingevolge artikel 12, tweede lid, Uitvoeringsbesluit OB dient eiseres dan, om het nultarief te kunnen toepassen, een fiscaal vertegenwoordiger aan te stellen. De wetgever heeft in redelijkheid mogen besluiten om voor buitenlands belastingplichtigen zonder vaste inrichting in Nederland als extra eis te stellen dat zij een fiscaal vertegenwoordiger aanstellen. Van een ongelijke behandeling van gelijke gevallen is geen sprake. Deze eis is ook niet disproportioneel. Artikel 204 Btw-richtlijn staat er niet aan in de weg dat Nederland het aanstellen van een fiscaal vertegenwoordiger verplicht stelt. Tot slot is geen sprake van een formeel vereiste met een zuiver bewijsrechtelijke functie zoals in het door eiseres aangehaalde arrest van het Hof van Justitie van 20 oktober 2016 (Plöckl). Eiseres had daarom een fiscaal vertegenwoordiger moeten aanstellen om het nultarief te mogen toepassen. Nu zij dat niet heeft gedaan, zijn de naheffingsaanslagen terecht aan haar opgelegd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen