Rb. Den Haag 21 februari 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:1990
Belangenorganisatie; eigen belang. Vorderingen over rechtmatigheid van regelgeving niet-ontvankelijk, vanwege ontbreken eigen belang. Vorderingen over onbehoorlijk overleg door de Staat (feitelijk handelen) wel ontvankelijk. Brancheorganisatie heeft gelegenheid gehad in te spreken. De Staat heeft geen algemene rechtsplicht om inzichten van de brancheorganisatie die geparticipeerd heeft bij totstandkoming van regelgeving te volgen of met haar consensus over tekst van de regelgeving na te streven. De Staat heeft een ruime vrijheid om een eigen afweging te maken.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
- Artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 237 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 240 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 843a Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 1018c Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
- Artikel 3:12 BW3
- Artikel 3:302 BW3
- Artikel 3:303 BW3
- Artikel 3:2 Awb
- Artikel 3:9 Awb
- Artikel 7.18 Arbobesluit
- Artikel 7.23d Arbobesluit
- Artikel 9.19 Arbobesluit
- Artikel 8 EVRM