Rb. Den Haag 13 november 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:19012

Beroep, gegrond. Het asieldossier in België is, gelet op onder andere een eerdere toekenning van een verblijfsvergunning aldaar, ten onrechte niet opgevraagd. De asielaanvraag is in een onjuist kader beoordeeld daar er hier geen sprake is van een bekering, maar het opgroeien met een (in Iran afwijkend) geloof. Hierdoor is er geen sprake van bekering en is ten onrechte de WI 2022/3 gebruikt bij de beoordeling van de asielaanvraag. Nu de beoordeling van de christelijke geloofsovertuiging ondeugdelijk en onzorgvuldig is gebleken, hetgeen ook doorwerkt in de beoordeling van de (gestelde) problemen met de familievriend (tevens hoge ambtenaar), is het standpunt van verweerder over die (gestelde) problemen met de familievriend (tevens hoge ambtenaar)ook onzorgvuldig/ondeugdelijk gemotiveerd. De rechtbank geeft nadrukkelijk in overweging dat bij de nieuwe beoordeling van de asielaanvraag er eerst opnieuw wordt gehoord en voorafgaand aan dat gehoor een nieuw advies bij Medifirst wordt ingewonnen. Dit laatste om advies in te winnen over de mogelijkheden van eiseres om te verklaren.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken