Rb. Den Haag 2 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17340

Kort geding. Executiegeschil. Beslaglegging ter inning van proceskostenveroordelingen die zijn opgelegd naar aanleiding van beslissingen op dekenbezwaren van de Raad van Discipline en het Hof van Discipline. Volgens eiser is er sprake van een evidente misslag in de uitspraken van de Raad en het Hof van Discipline. Volgens eiser wordt er in die uitspraken ten onrechte vanuit gegaan dat een dekenbezwaar als klacht in de zin van artikel 48 Advocatenwet moet worden opgevat, waarop door de tuchtrechter wordt beslist. Uit het betoog van eiser kan echter hooguit worden afgeleid dat het mogelijk is anders te denken over het onderscheid tussen een dekenbezwaar en een klacht, maar dat betekent niet dat sprake is van een evidente misslag in de beslissingen die nu worden geëxecuteerd. Vordering tot opheffing beslag wordt afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken