Rb. Den Haag 25 oktober 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:17190

Het Openbaar Ministerie hoeft de voormalig voorzitter van de raad van bestuur van ING Group niet direct te dagvaarden voor de strafrechter. Dat volgt uit een uitspraak in kort geding bij de rechtbank Den Haag. Het gerechtshof Den Haag heeft in december 2020 in een door Stichting Sobi gestarte artikel 12 Sv-procedure de strafvervolging van de oud-topman van ING Group gelast. Het Openbaar Ministerie is daarna met het opsporingsonderzoek begonnen. De resultaten van dit onderzoek zullen voor het einde van het jaar bekend gemaakt worden. Dan zal ook duidelijk worden wat het vervolg is. Sobi meent dat het opsporingsonderzoek te lang duurt en vreest dat daardoor strafbare feiten zullen verjaren. Daarom eiste Sobi een bevel aan het Openbaar Ministerie om de oud-topman te dagvaarden, zodat de zaak snel bij de strafrechter op zitting kan komen. Die vordering is afgewezen. Het Openbaar Ministerie heeft een ruime mate van beleidsvrijheid als het gaat om de invulling van de strafvervolging. Daarbij zijn de resultaten van het opsporingsonderzoek bepalend. Het is niet aan de voorzieningenrechter in kort geding om zich te mengen in het strafrechtelijke (opsporing)onderzoek.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen