Rb. Den Haag 21 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:16720
Verzoek tot schorsing ex artikel 10:9 lid 1 Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz). De rechtbank ziet geen aanleiding om te kunnen concluderen dat sprake is van een onjuiste beoordeling van de behandelaar(s) van de noodzaak tot de toepassing van de verplichte zorg in de vorm van het toedienen van medicatie en in het verlengde daarvan ziet de rechtbank dan ook geen aanleiding om gebruik te maken van haar (discretionaire) bevoegdheid tot schorsing. De rechtbank volgt de psychiater dat depotmedicatie noodzakelijk is. Het schorsingsverzoek zal dan ook worden afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl