Rb. Den Haag 6 september 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:14301
Bewaring op asielgrondslag – ambtshalve onderzoek – eiser is in bewaring gesteld op grond van onder meer artikel 59b, eerste lid, aanhef en onder b, Vw. Deze bepaling is de implementatie van artikel 8, derde lid, aanhef en onder b, van de Opvangrichtlijn – Anders dan de Afdeling overweegt de rechtbank dat deze grondslag niet steeds en zonder nadere beoordeling de voortduring van de maatregel rechtvaardigt totdat is beslist op de asielaanvraag – uit de bewoordingen en ratio van deze bepaling leidt de rechtbank af dat deze grondslag een bevoegdheid geeft om een asielzoeker in bewaring te houden totdat de noodzakelijke gegevens zijn verkregen en niet totdat deze gegevens zijn beoordeeld – dat er een maximale duur is bepaald aan de voortduring op deze grondslag maakt dit niet anders want bewaring moet steeds zo kort mogelijk duren, een maximum betekent alleen dat na ommekomst van die termijn de maatregel in ieder geval moet worden opgeheven - dat een asielzoeker gedurende de gehele asielprocedure nationaalrechtelijk procedureel rechtmatig verblijf heeft maakt dit ook niet anders, want dat verblijfsrecht is geen zelfstandige grondslag voor vreemdelingenbewaring – of de voortduring van de bewaring is gerechtvaardigd is afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval en dat kan betekenen dat verweerder gehouden is de rechtmatigheid van de voortduring van de maatregel nader te motiveren – in de onderhavige procedure is het ontvangen van de zienswijze het einde van de fase waarin “noodzakelijke gegevens zijn verkregen” - er is voortvarend beslist op de asielaanvraag, maar ook dat doet niet af aan de conclusie dat op enig moment de grondslag aan de maatregel is komen te vervallen – onmiddellijke invrijheidstelling/onmiddellijke opheffing/Sv/pkv.
De uitspraak op rechtspraak.nl