Rb. Den Haag 6 augustus 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:12550

Uitspraak van de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag. De zaak gaat over de opdracht in de zin van artikel 3.18, eerste lid, van de Wnb om de populaties van de jaarrond verblijvende ganzen (standganzen) van de soorten grauwe gans, Canadese gans en gedomesticeerde grauwe gans in Zuid-Holland te beperken met gebruikmaking van de methoden en middelen die in de opdracht worden vermeld. Het bestreden besluit berust niet op de vereiste nauwkeurige en treffende motivering. Verweerder heeft niet inzichtelijk gemaakt dat het bestreden besluit niet verder gaat dan strikt noodzakelijk is om belangrijke schade aan gewassen te voorkomen. Daarnaast heeft verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom de veiligheid van het luchtverkeer noodzaakt tot het terugbrengen van de betrokken ganzenpopulaties naar de streefstanden uit het Faunabeheerplan. Het bestreden besluit kan niet in stand blijven, omdat dit in strijd is met artikel 3:46 van de Awb. Het bestreden besluit wordt vernietigd.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken