Rb. Den Haag 17 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:11013
Kansspelzaak. De rechtbank oordeelt dat de kansspelovereenkomst die eiser en gedaagde hebben gesloten, in strijd is met artikel 1 lid 1 onder a van de Wet op de Kansspelen (Wok) omdat gedaagde niet beschikte over de vereiste vergunning voor het aanbieden van kansspelen in Nederland. De rechtbank oordeelt verder dat artikel 1 lid 1 onder a Wok de strekking had en nog steeds heeft om de rechtsgeldigheid van daarmee strijdige overeenkomsten aan te tasten. De rechtbank verklaart daarom voor recht dat de kansspelovereenkomst nietig is op grond van artikel 3:40 lid 2 van het Burgerlijk Wetboek (BW) en veroordeelt gedaagde tot terugbetaling van het door eiser verloren bedrag, op grond van onverschuldigde betaling.
De uitspraak op rechtspraak.nl