Rb. Den Haag 4 juli 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:10438
[Oekraïne, tijdelijke bescherming, vertrek vóór peilmoment, facultatieve bepaling, terugkeer] Personen uit Oekraïne krijgen geen tijdelijke bescherming wanneer zij vóór 27 november 2021 uit Oekraïne zijn vertrokken. Zij worden niet als ontheemd aangemerkt omdat zij ten tijde van de invasie hun hoofdverblijf niet meer in Oekraïne hadden. Het is volgens de staatssecretaris mogelijk dat iemand die al vóór de peildatum was vertrokken, maar nadien is teruggekeerd opnieuw duurzaam in Oekraïne is gevestigd. Als een vreemdeling slechts kortdurend terugkeert naar Oekraïne, blijft zijn hoofdverblijf echter elders en kan hij niet als ontheemd worden aangemerkt. Deze uitleg acht de rechtbank niet onjuist. Het enkele feit dat een persoon tijdelijk terugkeert naar Oekraïne, zonder de intentie te hebben zich daar weer te vestigen, maakt een vreemdeling na hernieuwd vertrek uit Oekraïne nog geen ontheemde, terwijl tijdelijke bescherming daarvoor is bedoeld. In die situatie heeft de betrokkene zijn hoofdverblijf namelijk niet in Oekraïne, maar elders. Voor het oordeel dat deze uitleg redelijk is betrekt de rechtbank ook dat het hier gaat om een facultatieve bepaling. Bij de uitleg van een dergelijke bepaling dient het bestuursorgaan enige ruimte gegund te worden.
De uitspraak op rechtspraak.nl