Rb. Den Haag 14 mei 2024, ECLI:NL:RBDHA:2024:10050
Varia. De boete is opgelegd op grond van de artikelen 4a, tweede lid, en artikel 35a van de Wok en artikel 2, vierde lid, aanhef en onder a, van het Besluit werving, reclame en verslavingspreventie kansspelen. De rechtbank is van oordeel dat het aan eiseres opgelegde boetebesluit rechtmatig is. Ook is de hoogte van de boete evenredig. Van boeteverlagende omstandigheden is niet gebleken. De rechtbank volgt eiseres niet in haar standpunt dat uit artikel 3.3 van de Woo volgt dat sanctiebesluiten niet openbaar mogen worden gemaakt. De beroepen zijn ongegrond verklaard.
De uitspraak op rechtspraak.nl