Rb. Den Haag 30 januari 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:871

VK, vovo, Oekraïners, verweerder heeft beslist dat verzoekers niet in aanmerking komen voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG. Verzoekers verbleven niet vóór 24 februari 2022 in Oekraïne, maar hadden een werkvisum in Polen (en daarmee rechtmatig verblijf in Polen) ten tijde van uitbreken van de oorlog. Hierdoor vallen zij niet onder de Nederlandse implementatie van de Richtlijn (art 3.9a, eerste lid en onder a van het Vreemdelingenvoorschrift). Het ligt dan ook meer voor de hand dat zij in Polen om een vorm van bescherming vragen. Het is niet gebleken dat verzoekers hiertoe een poging hebben gedaan. Uit de tekst en strekking van de Richtlijn volgt niet dat NL tijdelijke bescherming moet bieden aan mensen die rechtmatig verbleven in een andere lidstaat (in dit geval Polen). Bezwaar heeft dus geen redelijke kan van slagen, vovo afgewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen