Rb. Den Haag 30 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:8642
Verzoeken om openbaarmaking op grond van de Wet open overheid buiten behandleing gesteld wegens misbruik van recht (artikel 4.6 Woo) met mededeling dat maximaal twee Woo-verzoeker per maand in behandeling zullen worden genomen. Herhaald verzoek om voorlopige voorziening. Omdat in de beslissing op bezwaar een motivering ten aanzien van de opgelegde maatregel ontbreekt, terwijl de maatregel voor verzoeker verstrekkende gevolgen heeft, bestaat aanleiding om aan te nemen dat hier sprake is van een relevante wijziging in feiten en omstandigheden. De voorzieningenrechter komt daarom toe aan een inhoudelijke beoordeling van het herhaald verzoek om een voorlopige voorziening. Geen spoedeisend belang, maar wel sprake van een evidente onrechtmatigheid ten aanzien van de opgelegde maatregel. De vraag of artikel 4.6 van de Woo bestuursorganen de ruimte geeft om een maatregel op te leggen waardoor een Woo-verzoeker wordt beperkt in zijn recht op toegang tot informatie, is niet eenvoudig te beantwoorden. Ditzelfde geldt voor de vraag hoe fataal de termijn waarbinnen een bestuursorgaan een verzoek op grond van artikel 4.6 van de Woo buiten behandeling mag stellen. Zij vragen nader onderzoek en lenen zich minder goed voor beantwoording in deze spoedprocedure. Daarom maakt de voorzieningenrechter een belangenafweging. Deze belangenafweging valt in het voordeel van verzoeker uit. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe in die zin dat de maatregel die maakt dat verzoeker nog maar twee Woo-verzoeken mag indienen, zal worden geschorst totdat op het beroep is beslist. Dit betekent dat verzoeker, voorlopig, in ieder geval totdat op het beroep is beslist, niet meer wordt beperkt in het indienen van Woo-verzoeken.
De uitspraak op rechtspraak.nl