Rb. Den Haag 19 april 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5994

Verlengingsbesluit. Besluit niet eerder dan twee weken voor het verstrijken van de termijn van zes maanden genomen. Beroep ongegrond

De uitspraak op rechtspraak.nl

Tekst

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.10373
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam], eiser
V-nummer: [v]
(gemachtigde: mr. S.A.M. Fikken),
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
(gemachtigde: S. Faddach).

Procesverloop

Verweerder heeft op 30 september 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw) opgelegd.

Nadat eiser zijn asielaanvraag heeft ingetrokken, heeft verweerder op 7 oktober 2022 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.

Bij besluit van 24 maart 2023 (het verlengingsbesluit) heeft verweerder de maatregel van bewaring met ten hoogste twaalf maanden verlengd.

Verweerder heeft op 13 april 2023 een verweerschrift ingediend.

De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft. De rechtbank heeft het onderzoek op 17 april 2023 gesloten.

Overwegingen

1 Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2000 en de Marokkaanse nationaliteit te hebben.

Toetsingskader

2 Op grond van artikel 59, zesde lid, van de Vw kan de bewaring ten hoogste met nog

eens twaalf maanden kan worden verlengd, indien de uitzetting, alle redelijke inspanningen ten spijt, wellicht meer tijd zal vergen, op grond dat de vreemdeling niet meewerkt aan zijn

uitzetting of de daartoe benodigde documentatie uit derde landen nog ontbreekt.

3 Verweerder moet in het verlengingsbesluit volgens het beleid van paragraaf A5/6.8

van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) nagaan of er voldaan is aan de voorwaarden voor

verlenging, of er nog voldoende gronden voor de bewaring zijn, of de bewaring voor de

vreemdeling onredelijk bezwarend is en of er zicht op uitzetting bestaat. Als dit voldoende

gemotiveerd is, wordt hiermee voldaan aan alle uit de Terugkeerrichtlijn en het arrest

Mahdi voortvloeiende vereisten voor het nemen van een verlengingsbesluit. Er hoeft geen

aparte verzwaarde belangenafweging plaats te vinden bij het bepalen of de maatregel van

bewaring verlengd mag worden.

Verlengingsbesluit

4 Eiser voert aan dat het verlengingsbesluit op 24 maart 2023 ten onrechte is genomen. Eiser is immers op 30 september 2022 niet in bewaring gesteld ter fine van uitzetting, maar pas op 7 oktober 2022. Eiser verwijst naar paragraaf A5/6.8 van de Vc, waaruit volgt dat bij een verlengingsbesluit de periode van inbewaringstelling op grond van artikel 59b van de Vw buiten beschouwing wordt gelaten.

5 De rechtbank stelt vast dat ten onrechte in het verlengingsbesluit is opgenomen dat eiser op 28 maart 2023 zes maanden in vreemdelingenbewaring verblijft. De periode waarin eiser op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw in bewaring heeft gezeten dient immers buiten beschouwing te blijven. Dit heeft echter niet tot gevolg dat het verlengingsbesluit niet tijdig is genomen en niet geldig zou zijn. Verweerder heeft in dit verband terecht gewezen op vaste jurisprudentie van de Afdeling, waaruit volgt dat een verlengingsbesluit maximaal twee weken voor het aflopen van de termijn van zes maanden mag worden genomen. De rechtbank stelt vast dat het verlengingsbesluit op 24 maart 2023 is genomen en op diezelfde datum ook is uitgereikt aan eiser. Uitgaande van de maatregel van bewaring op 7 oktober 2022, had het verlengingsbesluit uiterlijk op 5 april 2023 genomen dienen te worden. Nu het verlengingsbesluit niet eerder dan twee weken voor het verstrijken van de termijn van zes maanden is genomen, is sprake van een tijdig genomen verlengingsbesluit. Dat verweerder de verlenging van de maatregel heeft laten ingaan op 29 maart 2023 in plaats van uiterlijk 5 april 2023 doet geen afbreuk aan de rechtmatigheid van het verlengingsbesluit.

Voorwaarden voor de verlenging van de maatregel

6 Aan de verlenging van de bewaring is ten grondslag gelegd dat documentatie ontbreekt en eiser niet meewerkt aan zijn uitzetting.

7 Eiser heeft geen beroepsgronden gericht tegen deze grondslag voor de verlenging

van de maatregel van bewaring. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in het verlengingsbesluit voldoende heeft gemotiveerd dat daaraan is voldaan. Er zijn meerdere vertrekgesprekken met eiser gehouden, die niet hebben geleid tot eisers vertrek. Eiser heeft herhaaldelijk verklaard niet te willen terugkeren. Gelet hierop heeft verweerder terecht overwogen dat eiser geen medewerking verleent aan zijn vertrek. De diplomatieke vertegenwoordiging van Marokko heeft op 27 februari 2023 te kennen gegeven dat eiser de Marokkaanse nationaliteit bezit en dat verdere informatie volgt zodra er een vervangend reisdocument kan worden afgegeven. De omstandigheid dat het verkrijgen van de benodigde documentatie afhankelijk is van de Marokkaanse autoriteiten maakt niet dat verweerder niet heeft voldaan aan zijn inspanningsverplichting. Uit de voortgangsrapportage blijkt dat verweerder 7 keer gerappelleerd heeft bij de Marokkaanse autoriteiten en dat dit heeft geresulteerd in een presentatie bij de diplomatieke vertegenwoordiging van Marokko. Daarbij komt dat niet is gebleken dat eiser zelf pogingen heeft ondernomen om aan identiteitsdocumenten te komen.

Bewaringsgronden

8 De rechtbank stelt vast dat eiser niet heeft betwist dat de gronden die aan

het verlengingsbesluit ten grondslag liggen feitelijk juist zijn en voldoende zijn toegelicht,

en evenmin dat deze gronden de conclusie rechtvaardigen dat een risico bestaat dat eiser

zich aan het toezicht zal onttrekken en/of dat eiser de voorbereiding van het vertrek of de

uitzettingsprocedure ontwijkt of belemmert.

Ambtshalve

9 Ook ambtshalve ziet de rechtbank geen aanleiding voor de conclusie dat het

verlengingsbesluit onrechtmatig is.

Conclusie

10 Verweerder heeft in het verlengingsbesluit genoegzaam gemotiveerd dat aan alle

uit de Vreemdelingenwet, de Terugkeerrichtlijn en het arrest Mahdi voortvloeiende vereisten voor het nemen van een verlengingsbesluit wordt voldaan.

11 Het beroep is ongegrond.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. E.F. Bethlehem, rechter, in aanwezigheid van mr.N.M.L. van der Kammen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.

De uitspraak is bekendgemaakt op:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling

bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen één week na bekendmaking.

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken