Rb. Den Haag 14 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:5061

Eiseres zorgt in de jaren 2015 tot en met 2019 voor de gescheiden inzameling of de inzameling en nascheiding van verpakkingen uit huishoudelijk afval, het eventueel sorteren van de ingezamelde verpakkingsmaterialen en het registreren van het ingezamelde verpakkingsmateriaal. Zij ontvangt daarvoor een vergoeding. Eiseres heeft over deze vergoedingen geen omzetbelasting op aangifte voldaan. Daarom zijn aan haar naheffingsaanslagen omzetbelasting opgelegd. Verder heeft eiseres voor die jaren de omzetbelasting die drukt op de kosten van de voormelde activiteiten in aanmerking laten komen voor een bijdrage uit het BCF. Deze bijdragen uit het BCF zijn van eiseres teruggevorderd. In geschil is of de naheffingsaanslagen en de terugvorderingsbeschikkingen in stand kunnen blijven. De rechtbank oordeelt dat eiseres met de voormelde activiteiten een dienst verricht aan het verpakkend bedrijfsleven, welke dienst wordt verricht onder bezwarende titel. De dienst wordt voorts verricht in het economische verkeer en eiseres handelt met betrekking tot deze activiteiten ook niet als overheid. Verder faalt het beroep van eiseres op het vertrouwensbeginsel. Voor de omzetbelasting heeft eiseres nog gesteld dat de verleggingsregeling van toepassing is, maar ook deze stelling faalt. Tot slot maakt eiseres niet aannemelijk dat de naheffingsaanslagen en terugvorderingsbeschikkingen op te hoge bedragen zijn vastgesteld. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken