Rb. Den Haag 29 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:4486

Het beroep ziet op de vraag of de bedrijfsopvolgingsfaciliteit van artikel 35b van de Successiewet 1956 terecht door verweerder is geweigerd. De rechtbank is van oordeel dat niet aan het voortzettingsvereiste is voldaan en de casus niet vergelijkbaar is met overheidsingrijpen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling Schenk- en Erfbelasting. Tevens kan het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slagen. Ook is verweerder volgens de rechtbank voor de waarde van de aandelen terecht uitgegaan van de liquidatiewaarde. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen