Rb. Den Haag 13 december 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:21695
Verzoeker heeft twee van de drie rechters gewraakt omdat de rechtbank stukken van verzoeker niet heeft toegelaten en van verweerder wel, de reactie op de brief van verzoeker op onbevredigende wijze is beantwoord, de rechtbank geen kritische vragen aan de wederpartij stelt, de voorzitter heeft niet voorkomen dat mw. Meijers is gebruikt om de zaken die zij heeft gedaan buiten zitting af te doen, uit vragen van de rechtbank aan verweerder blijkt dat de rechtbank de stukken niet heeft bestudeerd, de rechtbank er een bende van heeft gemaakt en de gevraagde videoverbinding is ongemotiveerd geweigerd. Daarnaast stelt verzoeker dat de wrakingskamer van de rechtbank Den Haag niet onpartijdig naar dit wrakingsverzoek kan kijken omdat mrs. Krans en Veneman eerder een wrakingsverzoek van verzoeker hebben afgewezen en omdat mr. Kleijn zelf ook lid is van de wrakingskamer. Mrs. Krans en Veneman waren lid van de wrakingskamer in een andere wrakingszaak van verzoeker, maar iedere zaak wordt op zijn eigen merites beoordeeld. Dat mr. Kleijn, een van de gewraakte rechters, ook deel uitmaakt van de wrakingskamer maakt niet dat de rechters van deze combinatie dit wrakingsverzoek niet onbevooroordeeld kunnen behandelen. De wrakingskamer is van oordeel dat zij in staat en bevoegd is om het wrakingsverzoek te behandelen. De wrakingskamer komt geen beoordeling toe over de juistheid van beslissingen, zelfs niet over het verzuim te beslissen. Dat oordeel is voorbehouden aan de rechter die in geval van de aanwending van een rechtsmiddel belast is met de behandeling van de zaak. Veel van de wrakingsgronden zijn tussenbeslissingen en processuele beslissingen en geven dus geen reden tot wraking. Ten aanzien van de wrakingsgrond betreffende de bejegening is de wrakingskamer van oordeel dat zij niet vast kan stellen wat er is gebeurd, maar zelfs in het geval dat de rechter met zijn hand op tafel zou hebben geslagen, geeft dat niet per definitie blijk van (de schijn van) partijdigheid. Tevens kan de wrakingskamer uit de brief van de voorzitter van 7 december 2023 niet vaststellen dat hij heeft gelogen. De wrakingsgronden slagen niet. De wrakingskamer legt verzoeker een wrakingsverbod op omdat de wrakingskamer van oordeel is dat verzoeker het middel van wraking heeft gebruikt om de voortgang van de procedure te frustreren.
De uitspraak op rechtspraak.nl