Rb. Den Haag 8 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:18691
“MK. Asiel. Aanvraag afgewezen als kennelijk ongegrond. Niet verschenen bij nader gehoor. Toereikend onderzoek ten gronde. Artikel 28 Pri. Wanneer een vreemdeling zonder goede reden niet verschijnt bij het nader gehoor is naar het oordeel van de rechtbank in de regel geen sprake van een toereikend onderzoek ten gronde als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de Pri. In dat geval heeft de vreemdeling immers zijn asielmotieven niet tijdens een nader gehoor kenbaar gemaakt en is er in zoverre slechts ten dele onderzoek verricht naar de asielaanvraag. Wanneer er daarnaast uitsluitend tijdens de aanmeldfase verklaringen zijn afgelegd over de asielmotieven en er dus anderszins geen andere informatie voorhanden is over de asielmotieven van de vreemdeling, kan ook dit onderzoek tijdens de aanmeldfase – anders dan de staatssecretaris impliceert – niet worden aangemerkt als volledig onderzoek naar de aanvraag. Daarvoor is van belang dat de korte aanduiding van de asielmotieven tijdens het aanmeldgehoor niet geschikt of bedoeld is voor het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvraag. De rechtbank ziet zich in dat oordeel gesterkt omdat artikel 3.108d, vijfde lid, van het Vb 2000 de staatsecretaris verbiedt deze tijdens de aanmeldfase afgelegde verklaringen over de asielmotieven te betrekken bij de beoordeling van de inwilligbaarheid van de asielaanvraag. Er zijn echter situaties denkbaar waarin er - ondanks het ontbreken van een nader gehoor waarin asielmotieven naar voren zijn gebracht - wél sprake is van volledig onderzoek naar de aanvraag en er in redelijkheid geen twijfel bestaat over de ongegrondheid van de aanvraag. Een dergelijke situatie doet zich ook voor in het geval van eiser. Eiser heeft zich namelijk afgemeld voor het nader gehoor en daarbij aangegeven dat hij geen prijs stelt op een nader gehoor, terwijl in de uitnodiging voor het nader gehoor expliciet was vermeld dat bij het niet verschijnen zonder goede reden, de staatssecretaris ervan uitgaat dat eiser de asielaanvraag niet wil doorzetten. Onder deze omstandigheden is er geen aanleiding voor nader onderzoek door de staatssecretaris en kan het onderzoek als volledig worden beschouwd. De staatssecretaris mocht de asielaanvraag daarom afwijzen als kennelijk ongegrond en was niet ertoe verplicht de aanvraag buiten behandeling te stellen, zoals eiser betoogt. Het beroep is ongegrond.”
De uitspraak op rechtspraak.nl