Rb. Den Haag 23 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:18522
Vennootschapsbelasting. Buitenlandse moeder ontvangt via een nieuw opgerichte (tussengeschoven) Nederlandse dochtervennootschap dividenden uit een derdeland. De antimisbruikbepaling uit artikel 17, lid 3, aanhef en onderdeel b, Wet Vpb is niet van toepassing; de dividenden zijn dus niet belast. Er is geen sprake van het tussenschuiven van een lichaam met de bedoeling om Nederlandse dividend- of inkomstenbelasting te ontgaan en daarnaast zijn er ook andere (zakelijke) redenen om Nederland onderdeel te laten uitmaken van de groepsstructuur. Er is dus geen sprake is van een volstrekt kunstmatige constructie die geen verband houdt met de economische realiteit en is bedoeld om de heffing van Nederlandse inkomsten- of dividendbelasting te ontgaan. (Beroep gegrond.)
De uitspraak op rechtspraak.nl