Rb. Den Haag 15 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:17601

Overheidsprivaatrecht. In deze zaak staat de vraag centraal of de Staat op grond van artikel 843a Rv aan eisers inzage of uittreksel moet verschaffen van (i) de melding van staatssteun door de invoering van het fosfaatrechtenstelsel bij de Europese Commissie en (ii) de voorafgaand aan het staatssteunbesluit tussen Nederland en de Europese Commissie gevoerde correspondentie hierover. Eisers willen inzage in deze documenten vanwege discussie over de reikwijdte van het staatssteunbesluit en meer in het bijzonder de definitie van het in dat besluit gehanteerde begrip 'dairy cattle'. De rechtbank komt tot het oordeel dat aan de wettelijke vereisten (rechtmatig belang, bepaalde bescheiden en rechtsbetrekking tussen eisers en de Staat) is voldaan, zodat de Staat de bescheiden - voor zover deze bestaan - in principe aan eisers moet verstrekken. Het beroep van de Staat op gewichtige redenen vanwege de geheimhoudingsplicht in de verhouding tot de Europese Commissie slaagt niet. Omdat tenuitvoerlegging van deze beslissing onomkeerbaar is en mogelijk verstrekkende gevolgen heeft, is de beslissing tot verstrekking van de bescheiden conform het verzoek van de Staat niet uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De Staat is in de proceskosten veroordeeld.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken