Rb. Den Haag 1 november 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16474
Kort geding. Vordering tot onmiddellijke invrijheidstelling of herbeoordeling opgelegde straf afgewezen. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat het VN-Mensenrechtencomité heeft geoordeeld dat de Nederlandse cassatieprocedure als zodanig in strijd is met artikel 14 lid 5 IVBPR. Daarmee is evenmin aannemelijk geworden dat verdere tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf onrechtmatig jegens eiser is. Voor een herbeoordeling is geen ruimte, omdat de Hoge Raad bevoegd is om op aanvraag van een veroordeelde te oordelen over herziening van een onherroepelijk geworden vonnis. Evenmin grond voor detentiefasering of een andere voorziening.
De uitspraak op rechtspraak.nl