Rb. Den Haag 30 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16291

MK Richtlijn tijdelijke bescherming. De tijdelijke bescherming van eiseres overeenkomstig de Richtlijn 2001/55/EG is op 4 september 2023 beëindigd. De meervoudige kamer van de rechtbank oordeelt dat de staatssecretaris de bevoegdheid had om de facultatieve bepaling van artikel 7 van de Richtlijn en artikel 2, derde lid, van het Uitvoeringsbesluit niet langer toe passen en hij heeft deugdelijk gemotiveerd waarom hij van deze bevoegdheid gebruik maakt. Dat betekent dat hij in algemene zin de tijdelijke bescherming van derdelanders met een tijdelijk verblijfsrecht in Oekraïne kon beëindigen. Ook in het individuele geval van eiseres kon de staatssecretaris die bescherming beëindigen. Het vertrouwensbeginsel en rechtszekerheidsbeginsel staan daar niet aan in de weg. Ook heeft de staatsecretaris eiseres niet hoeven horen, omdat de voornemensprocedure is gevolgd. Beroep ongegrond.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen

Aangehaalde uitspraken