Rb. Den Haag 10 oktober 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:16135

Kort geding. Proces-verbaal mondeling vonnis 29a Rv. Moeten de door eiseres in het kader van de gratieprocedure gewerkte uren aan taakstraf naar rato in mindering worden gebracht op vervangende hechtenis die zij momenteel ondergaat? Uit het systeem van de wet volgt dat verrekening van reeds gewerkte uren niet reeds op grond van artikel 6:3:3 Sv aan de orde is als een taakstraf, die feitelijk als voorwaarde aan gratieverlening is verbonden, verwijtbaar niet volledig is uitgevoerd en het gratieverzoek om die reden is afgewezen. De voorzieningenrechter acht het echter niet onbegrijpelijk dat eiseres er onder de gegeven omstandigheden van is uitgegaan dat de reeds gewerkte uren zouden worden verrekend. Verdere executie van de vervangende hechtenis is, voor zover het de reeds door eiseres gewerkte uren betreft, in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Vordering tot invrijheidsstelling wordt toegewezen.

De uitspraak op rechtspraak.nl

Aangehaalde artikelen