Rb. Den Haag 7 september 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:15973
In geschil is de hoogte van de in rekening gebrachte belastingrente. Eiseres stelt dat sprake is van strijd met artikel 1 van het EP bij het EVRM. De minimum rentepercentages zorgen volgens eiseres voor strijd met de ‘fair balance’ toets. Inbreuk door de Staat op het ongestoorde genot van eigendom van een natuurlijk persoon of rechtspersoon is alleen dan gerechtvaardigd indien de inbreuk in overeenstemming is met het nationale recht (‘lawful’), de inbreuk een legitiem doel (‘legitimate aim’) in het algemeen belang dient en er een redelijke mate van evenredigheid is tussen de gebruikte middelen en het doel dat wordt nagestreefd. Dit laatste vereist het bestaan van een redelijke verhouding (‘fair balance’). Bij die beoordeling komt de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid toe. De rechtbank is van oordeel dat de wetgever op het niveau van de regelgeving met het hanteren van een ondergrens boven de wettelijke rente is gebleven binnen de hem toekomende ruime beoordelingsmarge. Geen sprake van een 'criminal charge' als bedoeld in artikel 6 van het EVRM. Het beroep op artikel 49, derde lid, van het Handvest slaagt evenmin. Geen aanleiding om (artikel 1 van) het Besluit belasting- en invorderingsrente onverbindend te verklaren wegens schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur. Beroep is ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl