Rb. Den Haag 25 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:14544
Verweerder mocht de machtiging tot voorlopig verblijf afwijzen omdat eiseres niet voldaan heeft aan het inburgeringsvereiste. Het onderzoek door de aangewezen arts in zorgvuldig gedaan en eiseres heeft geen concrete aanknopingspunten aangedragen voor twijfel aan het advies. Verweerder mocht van eiseres verwachten dat zij moeite doet om te slagen voor (onderdelen van) het examen en heeft terecht gesteld dat eiseres zich onvoldoende heeft ingespannen. De weigering om aan eiseres en haar dochter een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen in niet strijd is met artikel 8 van het EVRM. Beroep ongegrond.
De uitspraak op rechtspraak.nl