Rb. Den Haag 23 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:13717
beroep gegrond, verzoek om voorlopige voorziening afgewezen Dublin/Frankrijk, termijnen Dublinverordening Niet kan worden gezegd dat de termijn waarbinnen eiser nadat hij kenbaar heeft gemaakt asiel te willen aanvragen (25 juni 2022) in de gelegenheid is gesteld daartoe een formeel verzoek in te dienen (16 februari 2023), zo kort mogelijk is. Dat dit enkel het gevolg is van de hoge instroom aan asielzoekers is niet aannemelijk gemaakt. Na 16 februari 2023 heeft het vervolgens nog tot 5 april 2023 geduurd voordat verweerder de Dublinclaim op Frankrijk heeft gelegd. De rechtbank vindt de termijn die ligt tussen het moment dat eiser zijn asielwens heeft geuit en het indienen van de Dublinclaim zodanig lang dat moet worden geoordeeld dat verweerder niet overeenkomstig het uitgangspunt van de Dublinverordening zo snel mogelijk heeft vastgesteld welke lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek. Verweerder had hierin aanleiding had moeten zien om de asielaanvraag van eiser in behandeling te nemen. Het beroep is gegrond. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.
De uitspraak op rechtspraak.nl