Rb. Den Haag 31 augustus 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:13008
Verzoek voorlopige voorziening hangende beroep tegen besluit beëindiging tijdelijke bescherming derdelanders Oekraïne – Op 30 augustus 2023 heeft de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats in drie zogenoemde pilotzaken geoordeeld dat verweerder geen bevoegdheid heeft om voor de categorie derdelanders uit Oekraïne die eerder met toepassing van de facultatieve bepaling onder de werking van de RTB is gebracht, de tijdelijke bescherming per 4 september 2023 te beëindigen. Gelet op de - uit de handelwijze van verweerder voortvloeiende - te verwachten stroom beroepen en zeer spoedeisende verzoeken tot het treffen van voorzieningen over deze kwestie waarover de Afdeling zich vooralsnog niet heeft uitgesproken, ziet de voorzieningenrechter binnen het gegeven tijdsbestek geen ruimte om in elke afzonderlijke procedure ten gronde na te gaan of verzoeker daadwerkelijk op 4 september 2023 de opvang, en/of daadwerkelijk zijn werk zal verliezen. Ook ontbreekt de mogelijkheid voor de voorzieningenrechter om binnen dit tijdsbestek in elke procedure vast te stellen of de betrokken derdelander wellicht (nog) procedureel rechtmatig verblijf heeft in verband met een lopende asielaanvraag waar nog niet op is beslist, dan wel anderszins. Om diezelfde reden ziet de voorzieningenrechter er ook vanaf om verweerder thans in de gelegenheid te stellen om in elke zaak een inhoudelijke reactie op het verzoek in te dienen. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe in die zin dat het bestreden besluit wordt geschorst en verweerder verzoeker als begunstigde van de RTB moet blijven aanmerken en de in dit kader verstrekte voorzieningen en rechten dient te continueren, totdat op het beroep van verzoeker is beslist.
De uitspraak op rechtspraak.nl