Rb. Den Haag 26 juli 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:11056
Bewaring, artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, ongegrond. 3a, 3b en 3c en 4c. Zicht op uitzetting. Verweerder heeft ter zitting toegelicht dat er inderdaad een periode is geweest waarin het zicht op uitzetting naar Gambia ontbrak maar dat er een positieve trend was in het aantal afgegeven lp’s en nationaliteitsverklaringen en dat verweerder vanaf mei 2023 weer zicht op uitzetting naar Gambia aanneemt. In de periode december 2022 tot en met mei 2023 zijn er vijf nationaliteitsverklaringen afgegeven en vier lp’s. In dit licht stelt verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt dat er zicht op uitzetting is. Verder acht de rechtbank het van belang dat eiser niet actief en volledig meewerkt aan zijn terugkeer.
De uitspraak op rechtspraak.nl
Aangehaalde artikelen
Aangehaalde uitspraken
- ABRvS 2 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2210
- ABRvS 13 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1667
- Rb. Den Haag 4 mei 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:4379
- ABRvS 13 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:85
- ABRvS 25 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:829
- ABRvS 23 februari 2015, ECLI:NL:RVS:2015:674
- ABRvS 29 december 2008, ECLI:NL:RVS:2008:BG9512
- HvJ EU, ECLI:EU:C:2022:858